|
1 S t r a f r e c h t
S t r a f r e c h t e n h a a r b e d o e l i n g
Wanneer we aan strafrecht denken, dan is hierbij de belangrijk- ste
vooronderstelling die van rechtvaardigheid. Rechtvaardigheid impliceert integriteit, intelligentie, realisme en menselijk respect voor zowel slachtoffers en daders als voor de samenleving. Op grond hiervan zouden
we ons kunnen afvragen of ons huidige strafrecht wel werkelijk rechtvaardig is, en voor wie. Om rechtvaardig en reeel te kunnen zijn dient de straf van een straf-recht ook een reele bedoeling te hebben die in de
praktijk realiseerbaar is. Straf kan als bedoeling hebben: wraak, genoegdoening, afschrikking en verbetering door er uit te leren.
Verbetering door iets uit de straf te leren is bij strafrecht echter niet reeel. Het enige wat criminelen in gevangenissen leren is nog meer criminaliteit. Het argument van straf om uit te leren kan strafrecht daarom
niet rechtvaardigen. Zo blijven dan nog de argumenten van wraak, genoegdoening en afschrikking.
H e t w r a a k a r g u m e n t
Wraak nemen is in principe niets anders dan agressie uit boos- heid door verlies. Dit kan verlies zijn van eer, aanzien, gevoelens van eigen- waarde, verlies
van personen of bezittingen enz. Die boosheid is dan ontstaan uit de frustratie van het terug- verlangen naar iets wat verloren is . . . . . Deze boosheid richten we nu op die- of zelfs datgene wat het verlies
veroorzaakt heeft. Boosheid impliceert de neiging tot demonisering en destructie, en de agressie die daar dan uit voortkomt noemen we wraak.
Er bestaat dus niet zoiets als een "
oermenselijk wraak- instinct", maar gewoon boosheid uit verlies.
Iemand in toestand van boosheid weet niet goed wat hij doet, kan niet genuanceerd denken, leeft in een "zwart wit" - waan, of zelfs in een "alles is
zwart" - waan. Hij wordt vijandig, ego- centrisch en vaak ook afgunstig; en daarnaast ook onverschillig en verliest gevoelens van waarden, verbondenheid en respect. Dit, gecombineerd met die neiging tot
demonisering en destruc- tie maakt dat we zo iemand ontoerekeningsvatbaar noemen. We verkeren dan in een tijdelijke, maar onloochenbaar gestoor- de, en in wezen zelfs psychotische toestand, waar we ons op dat moment
niet bewust van zijn. Daarom doen of zeggen we vanuit onze boosheid ook vaak dingen waar we later spijt van krijgen . . . . . Boosheid kan daarom ook nooit een rechtvaardig argument zijn om iemand te straffen.
Geen enkele vader zal tegen zijn kind zeggen: "Je krijgt nu straf omdat ik boos ben". Geen kind zal dat immers als rechtvaardig ervaren. Boosheid, om welke reden dan ook, kan geen recht- vaardige reden
zijn voor een straf. En wraak, een pure boosheidsreactie, kan daarom ook nooit een rechtvaardig argument zijn voor een straf of strafrecht. En zo is ook "gerechtelijke" wraak per definitie onrecht.
Ook toepassing van gerechtelijke wraak, om wraak en weer- wraak te voorkomen is onrecht. Want voor het ervaren van gerechtigheid na een misdrijf is niets anders nodig dan een rechtvaardige, doelmatige en
realistische reactie van het rechtssysteem van de samenleving. En zoals uitgelegd sluit rechtvaardigheid wraak uit.
Ook het argument dat boosheid een natuurlijke reactie is op ervaren onrecht, kan onze wraak
niet rechtvaardigen. De natuurlijkheid van de boosheid uit het verlies van een voet- balwedstrijd kan het vernielen van een stadion immers ook niet rechtvaardigen. De natuurlijkheid van een menselijke reactie
betekent nog niet per se de rechtvaardigheid ervan (denk bijv. ook aan seks, jaloezie, hebzucht etc.).
H e t g e n o e g d o e n i n g s a r g u m e n t
Genoegdoening kan enerzijds opgevat worden als een schade- loosstelling, eerherstel of betaling, of anderzijds als het "genoegen" van leedvermaak
uit wraak. Het bekende "Oog om oog, tand om tand" wekt de suggestie van genoegdoening door een gelijke betaling, en hierdoor ook die van rechtvaardigheid. Het betekent echter wraak en leedvermaak
met een dader die nu ook schade lijdt. Niemand heeft immers iets aan betaling met de ogen of tanden van iemand anders. De oorzaak van dat leedvermaak kan slechts liggen in demoni- sering en in afgunst op de nog
gezonde ogen of tanden van die dader door boosheid uit verlies. Wraak dus, met de suggestie van rechtvaardigheid door een "gelijke betaling" (ook wel genoemd "proportionele wraak").
Wanneer we iets of iemand
verloren hebben door een misdrijf ontstaat boosheid uit ons gefrustreerde terugverlangen naar de of het verlorene. En deze boosheid creeert vaak een blinde afgunst op de vrijheid of zelfs het leven van een
dader. Want onze boze (gestoorde) toestand impliceert de neiging tot demo- nisering en destructie en hiermee het (vaak psychotische) ver- langen naar leed, schade of vernietiging van die dader. Bevrediging van
deze destructieve psychotische verlangens via een ziekelijk leedvermaak uit straf creeert een (pseudo)genoeg- doening uit wraak. Bij strafrecht werd deze wraak in het verleden echter vaak gecamoufleerd en
gelegitimeerd door de reeds uitgelegde betaal- en dus ook rechtvaardigheids-suggestie. "Vergelding" werd dan uitgelegd als zijnde een "betaling". Het idee van betaling voor een misdrijf met onze vrijheid of
ons leven is echter irreeel en onzinnig; er is immers niemand die dat betaalde kan ontvangen. Genoegdoening uit strafrecht kan daarom geen andere zijn dan een uit wraak. En genoegdoening uit "betaling" is bij
strafrecht slechts imaginair, suggestief en irreeel. Echter genoegdoening in de betekenis van een werkelijke en reele
betaling, schadeloosstelling of eerherstel heeft op zich niets te maken met straf. Wel natuurlijk met rechtvaardigheid, maar valt in die zin onder civiel recht.
Hoewel de spontane wraakreactie zeer menselijk en
begrijpelijk is, is deze boosheidsreactie in feite toch een menselijke zwakte. Geen reactie om trots op te zijn, of om mee te imponeren. Het betreft hier immers een reactie uit een gestoorde toestand en ons
onvermogen om op een intelligente, sociale en recht- vaardige manier met ervaren onrecht om te gaan, of (zoals bij- voorbeeld bij moord) een onherstelbaar verlies te aanvaarden.
Voor de nabestaanden van een
misdrijf is de enige reele weg aanvaarding; want door wraak kan het terugverlangen naar de verlorene niet verdwijnen. En het is dit gefrustreerde terug- verlangen dat hun lijden en boosheid veroorzaakt.
Wraak lost daarom niets op en kan daarom slechts een suggestieve schijn-genoegdoening opleveren. Alleen door aanvaarding, loslating, en realistische verwerking kan het terugverlangen naar een (of het)
verlorene verdwij- nen; en hiermee ook de frustratie van het terugverlangen, en daarmee ook het lijden, de boosheid en het verlangen naar wraak. Verwerking en aanvaarding van een verlies worden minder moeilijk,
naarmate we onze wraakgevoelens en de oorzaak van dat verlies beter kunnen begrijpen . . . . . Voor nabestaanden en gedupeerden is daarom inzicht en begrip van het noodlottige, en vaak ellendige verleden van daders
en hun omstandigheden erg belangrijk. Zij zullen hierdoor het gebeurde minder moeilijk als een ongeluk kunnen aanvaarden; maar zij hebben daar wel hulp, steun en begeleiding bij nodig . . . . . Uit medelijden
met slachtoffers geven we hen nu een irreele schijn-genoegdoening met de vrijheidsstraf van een dader. Genoegdoening uit strafrecht als compensatie aan slachtoffers is echter volkomen irreeel. Ook genoegdoening
kan daarom op generlei wijze een reeel argument zijn voor een straf, of straf-recht.
H e t a f s c h r i k k i n g s a r g u m e n t
Het afschrikkingsprincipe van strafrecht is een methode om door middel van voorbeeldstelling gezagsvrees, orde en gehoorzaam- heid af te dwingen en
verschilt in essentie niet van terreur. Het is beledigend en vernederend voor ieder individu uit de samenleving en daarom anti-sociaal en in strijd met het diep- ste principe van een democratische
samenleving: het menselijk respect.
( zie ook:
universele-beschaving.nl ) De toekenning van onze
democratische rechten en vrijheden komt immers uiteindelijk voort uit ons (veelal onbewuste) respect voor elkaar. We respecteren de ander omdat we zelf ook graag gerespecteerd willen worden, en omdat we beseffen dat
de ander wezenlijk is als wijzelf. Het afschrikkingsprincipe is echter respectloos en fascistoide. Tevens betekent het net als bij terreur de respectloze instrumentalisering van de gestrafte, die op die manier
als gebruiksartikel fungeert. Ook dit is fascistoide. Bovendien blijkt het vermeende afschrikkingseffect van straf- recht in de praktijk bij criminelen niet te werken. En begrijpelijk, gezien de samenlevingsvijandige
toestand waarin zij verkeren. Afschrikking kan alleen werken bij een zeer hoge pakkans, die in de praktijk niet realiseerbaar is. Ook het afschrikkingsargument van strafrecht is daarom niet reeel, en in essentie een
samenlevingsvijandig en crimineel argument . . . . .
Een ander effect van strafrecht zou nog het zogenaamde "preventief normversterkend effect" ervan zijn op de samen- leving. Straf dus, om onze normen
te versterken. Een norm- versterking door middel van die fascistoide voorbeeldstelling en instrumentalisering van degene die gestraft wordt. Zo versterken de normen van demonisering, machtsmisbruik, wraak en
respectloosheid . . . . . . En die vermeende preventieve werking is slechts een vrome wens; want een lid uit de samenleving dat een misdrijf of over- treding begaat, handelt onloochenbaar vanuit een respectloze,
en/of obsessieve egoistische, en/of mens- of samenlevings- vijandige onverschillige mentaliteit. En voor mensen in deze mentaliteit zijn alle sociale normen volkomen irrelevant en kan er dus ook geen sprake zijn
van enige preventieve werking. En voor de andere mensen in de samenleving die leven vanuit hun "niet-criminele" persoonlijkheid, moreel besef en (veelal on- bewuste) gevoelens van menselijke verbondenheid
en respect, is een normversterkend effect volkomen zinloos. Echter die negatieve normversterking werkt op hen wel gewelds-conditionerend en verloederend. Bovendien is door die demonisering van criminelen
ook de reele sociale en educatieve oorzaak van misdaad voor velen oninte- ressant, irrelevant en onbespreekbaar geworden. Strafrecht werkt daarom fascistiserend en hypocritiserend op de samenleving. Het werkt
normversterkend op gebied van respectloosheid, wraak, schuld en demonisering, en stimuleert het "sanctie- denken". Zo speelt het ongemerkt een katalytische rol bij de verharding en verloedering van onze
samenleving.
C o n c l u s i e
Zoals aanvankelijk reeds gesteld veronderstelt rechtvaardigheid integriteit, menselijk respect, intelligentie en realisme. Daarom moest de straf van straf-recht ook een reele bedoeling hebben om rechtvaardig te
kunnen zijn. Volgens de gangbare rechtsfilosofie bestaat de officiele bedoeling (de grondslag) van ons huidige strafrecht uit: vergelding, generale preventie, en speciale preventie.
Vergelding betekent wraak of betaling. Wraak is een boosheidsreactie, en komt voort uit een aantoon- baar en onloochenbaar verstoorde psychische toestand. En gerechtelijke wraak betekent zoals aangetoond
per definitie onrecht. Zoals eveneens aangetoond geeft wraak slechts een suggestieve schijn-genoegdoening. Ook een reele betaling is bij gevangenisstraf niet aan de orde, en bovendien kan een reele rechtvaardige
betaling voor iets geen straf zijn.
Met generale preventie wordt afschrikking bedoeld. En zoals uiteengezet betekent het een respectloos, repressief, anti- sociaal, fascistoide en crimineel argument.
Het blijkt echter ook een effectloos, en daarom niet reeel argument.
Speciale preventie
betekent opsluiting of buitensluiting uit de samenleving. Zij is een veiligheidsmaatregel en heeft in feite niets te maken met straf (denk bijvoorbeeld maar aan quaran- taine; of ook ziekenhuisopname voor eigen bestwil).
En we kunnen haar ook niet zien als een straf om wat uit te leren; want zoals aanvankelijk reeds gezegd, het enige wat criminelen leren in een gevangenis is nog meer en nog gespeci- aliseerdere criminaliteit, en zij
versterken er hun samenlevings- vijandige en criminele zelfbeeld.
Afgezien van het veiligheidselement van "speciale preventie" bevatten deze grondslagen van strafrecht geen enkel element van integriteit, respect
of intelligentie, of reele toepasselijkheid in de praktijk. Het straf-element van strafrecht bevat daarom ook geen enkel aspect van rechtvaardigheid . . . . . Ons zo rechtvaardig gewaande strafrecht
blijkt in feite in de praktijk een theatraal, contraproductief en in vele opzichten schadelijk "straf-onrecht". Het enige reele en rechtvaardige alternatief is het te vervangen door een pragmatisch
"preventierecht" waarover zodadelijk meer.
2 p r e v e n t i e r e c h t
C r i m i n e l e n
Crimineel gedrag is
onloochenbaar een symptoom van respect- loosheid ten opzichte van medemens en samenleving. Ons spontane en natuurlijke menselijk respect komt voort uit gevoelens van menselijke verbondenheid en empathie (anders dan
afgedwongen respect uit angst, of aangeleerd respect uit cultuur). Dit fundamentele gegeven speelt ook een grote rol bij het eer- ste ontstaan alsook bij een verdere ontwikkeling van een anti- sociale mentaliteit en
respectloos crimineel gedrag.
Wanneer een kind opgroeit in behoeftige ellendige omstandig- heden van gebrek aan veiligheid, verbondenheid of waardering (emotionele verwaarlozing) zal het al gauw een vijandige,
ego- centrische overlevingsmentaliteit ontwikkelen. Een overlevingsmentaliteit uit angst en onveiligheid. Gebrek aan ervaren genegenheid, bescherming en positief oudercontact, alsook mishandeling, of veel
strijd tussen ouders, of ook verlating, creeert bij een kind gevoelens van onveiligheid; en zo ook een versterkte overlevingsmentaliteit. Een sterke overlevingsmentaliteit impliceert ook een sterke zelf-
gerichtheid; en hiermee weinig empathie, en zo ook afstande- lijkheid en weinig respect voor een ander . . . . . In wetenschappelijk onderzoek is reeds bij sommige zeer kleine kinderen een antisociale
mentaliteit vastgesteld. Uit gevoelens van onveiligheid en angst, of uit regelmatige mishandeling kan ook gemakkelijk een paranoide vijandwaan ontstaan; en een kind kan zo ook al gauw een irreeel en vijandig mens- en
samenlevingsbeeld ontwikkelen. Uit die gefrustreerde diepmenselijke behoefte aan verbonden- heid en waardering ontstaat ook boosheid, negativiteit en een negatief zelfbeeld. Zo'n slachtoffer is zich daarvan echter
niet bewust. Op deze manier ontstaat de sterk egocentrische en antisociale houding van (later ernstig) criminelen alsook hun verachting van de mensen in de samenleving waarvan zij zich geen deel voelen. De
vijandwaan, wantrouwen en neiging tot agressie waarin zo iemand dan leeft worden nog ondersteund, bevestigd en ver- sterkt door geweldsprogrammering in films en computerspel- letjes etc. alsook door de verharde en
egoistische cultuur van de samenleving. De veelal gemiste ontwikkelings- en ontplooi- ingskansen hebben vaak werkloosheid en drugverslaving tot gevolg en er ontstaat een mislukkelings-persoonlijkheid. En door
uitzichtloosheid ontstaat er een nog meer versterkte over- levingsmentaliteit. Vanuit zulk een miserabele uitgesloten en ontoerekenbare toe- stand en omstandigheden kan een mens gemakkelijk tot crimi- neel gedrag
overgaan, en zich vanuit een negatief zelfbeeld een respectloze, samenlevingsvijandige en criminele persoonlijkheid aanmeten. En in deze persoonlijkheid kan hij alleen gevoelens van eigen- waarde ontwikkelen door
goedkeuring door lotgenoten; evenals door het imponeren van hen. Kenmerkend hierin is bijvoorbeeld het "durven" doden van een mens. Wie het belangrijkst wil zijn "durft" dan het meest. Zo
verande- ren dan de normen en waarden. De meest meedogenloze en meest criminele heeft dan de hoogste macho-rang.
De vraag rijst nu naar de reele schuld van deze beschadigde en ontspoorde mensen . . . . . . .
Kan een blindgemaakt kind verantwoordelijk gesteld worden voor een verkeersongeluk dat het veroorzaakt . . . . . . . ? Criminelen waren zelf eerst slachtoffers, waardoor zich hun antisociale mentaliteit
ontwikkelde. Straf is voor hen daarom niet rechtvaardig. Zo er al gestraft zou moeten worden, zouden in de eerste plaats de verantwoor- delijke opvoeders deze verdienen. Maar ook zij waren gevormd door
hun opvoeding, of wisten niet beter. Zij waren deel van de cultuur van de samenleving. Zo is de samenleving de uiteindelijk verantwoordelijke; en bovendien ook nog een direct medeplichtige. Denk hierbij aan gewelds-
en respectloosheids-programmering via media, com- puterspelletjes etc., criminele vriendjes, criminaliserend straf- rechtssysteem, discriminatie, gettovorming enz. die aan de vorming van een criminele persoonlijkheid
hebben bijgedragen.
Naast de cathegorie van criminelen met een criminele persoon- lijkheid is er ook een cathegorie waar het respectloze criminele gedrag minder voortkomt uit een criminele persoonlijkheid maar
meer uit een sterk egocentrisme en gebrek aan moreel besef. En vervolgens is er nog de cathegorie van slechts ontspoorden Echter tussen het verleden van een ontspoorde en de ernstige crimineel bestaat veelal
slechts een gradueel verschil . . . . . Ook diegenen die bijvoorbeeld door discriminatie geisoleerd of uitgesloten zijn door de samenleving waarin zij leven, raken gefrustreerd, boos, samenlevingsvijandig en
egocentrisch, en kunnen zo ook gemakkelijk tot ontsporing en vervolgens ook tot ernstige criminaliteit komen.
Mits er geen sprake is van ziekte, zijn al onze persoonlijkheden door omstandigheden en inzichten
veranderbaar; vooral wan- neer deze inzichten ervaringsverbonden zijn. Daarom kan per definitie via psychotherapeutische heropvoe- ding een criminele persoonlijkheid getransformeerd worden tot een ex-criminele
persoonlijkheid. Ook egocentrisme, respectloosheid en paranoide vijandwaan kunnen door zelfkennis, inzicht en ervaringen uit socio- en psychotherapeutische heropvoeding geminimaliseerd worden. Criminelen zijn of
ziek, of educatief misvormd, of slechts ont- spoord door omstandigheden. En dit slaat zowel op de gewone tasjesrover, als op de terrorist, massamoordenaar of oorlogs- misdadiger. Meestal betreft het echter een
combinatie van de twee laatst genoemde factoren. Als wij ditalles (h)erkennen, zullen wij ons ook moeten bezinnen over rechtvaardigheid en heropvoeding voor criminelen. Dat heeft iets te maken met het
evolutieproduct "beschaving". De fascistoide demonisering van deze mensen die haar wortels heeft in het xenofobische in de mens (angst voor diegenen wiens gedrag we niet kunnen begrijpen) is echter
voor velen de reden voorstander te zijn van de strengste straffen. Alleen realistisch inzicht in de ontwikkeling en achtergronden van criminelen kan hier verandering in brengen.
P r e v e n t i e r e c h t
Het huidige effectloze en criminaliserende "strafrecht" kan zoals gezegd vervangen worden door een "preventierecht".
De doel- stelling ervan is, het op humane wijze daadwerkelijk en effectief waarborgen van de veiligheid van de samenleving ten aanzien van criminaliteit door middel van preventieve maatregelen. Deze maatregelen
worden vastgelegd in een "preventiewet" en het strafprincipe wordt losgelaten.
Gevangenis-straf
wordt vervangen door genuanceerde preven- tieve uitsluiting uit de samenleving voor onbepaalde tijd. Uitsluiting echter met daaraan verbonden het recht op herop- voeding en voorwaardelijke terugkeer. Dit
heropvoedingsrecht wordt tot in detail met normen en be- palingen vastgelegd in de preventiewet. Zo wordt het sanctiebeginsel dus vervangen door een humaan veiligheids- en educatiebeginsel. De nu strafbare feiten
uit het wetboek van strafrecht worden vastgelegd in een wetboek van "uitsuitingsrecht".
De rechter oordeelt of een antisociaal of schadelijk gedrag bewezen is of niet en bepaalt met een team van specialisten op
grond van de preventiewet en veiligheids- of leefbaarheids- overwegingen uitsluitingsdetails en/of nuances. Een dader is uiteindelijk
niet schuldig, maar heeft wel ernstige fout(en) gemaakt; echter vanuit ziekte, of vanuit een educa- tieve misvorming of tekortkoming. De nu zinloze schuldvraag vervalt daarom en het woord "straf"
verdwijnt geheel en definitief uit de rechtspraak. Het wekt slechts weerstand, antagonisme en vijandigheid op en het bevestigt en versterkt de criminele persoonlijkheid van een dader.
Hoewel in essentie
onschuldig, heeft een misdadiger echter blijk gegeven van een antisociale of samenlevingsvijandige mentali- teit. Hetzij door ziekte, hetzij door fouten in opvoeding of door levensomstandigheden, maar met een dergelijke
mentaliteit kan hij niet zo maar meer vrij in de samenleving rondlopen. Slechts preventieve uitsluiting en / of electronische controle (genuanceerde uitsluiting) kan in de meeste gevallen de nodige veiligheid
opleveren. En alleen heropvoeding en / of medicatie kan dan nog samenlevings-geschiktheid opleveren. Samenlevingsgeschiktheid dient dan ook bepalend te zijn voor elke (eventueel beperkte en / of electronisch
gecontroleerde) vrijlating, ongeacht de duur van de heropvoeding of detentie. Zulks ter beoordeling door onafhankelijke teams van specialisten die ter verantwoording geroepen kunnen worden door de rech- ter bij
recidive; of ook door belanghebbenden via de rechter bij blokkering van een vrijlating.
Omdat heropvoeding hier een recht is, en geen plicht, heeft zij een vrijwillig karakter. Een dader kiest dan zelf uit eigen
moti- vatie voor een bepaalde heropvoeding. En voor specifieke vormen van criminaliteit kunnen ook specifiek gerichte heropvoedingen ontwikkeld worden.
Ook kunnen mensen die verdacht worden van een extreem mens- of samenlevingsvijandige mentaliteit en die anderen naar het leven staan, veroordeeld worden tot een diepgaand foren-
sisch onderzoek, en op grond hiervan eventueel veroordeeld tot uitsluiting uit de samenleving met het recht op heropvoeding. Dit vormt dan ook een preventie tegen eerwraak en terrorisme.
Hoewel hard voor zieke, ernstig gestoorde daders en gevaarlijke mensen, betekent preventierecht een puur praktische en rea- listische, maar ook positieve benadering van
betrokkenen. Door de begrijpelijkheid, rechtvaardigheid en vooral ook het positieve levensperspectief dat een veroordeelde nog geboden wordt zal een dergelijk oordeel dan ook weinig weerstand of vijandigheid in hem
oproepen. Een dader is zo geen gedemoniseerde en geinstrumentaliseerde verschoppeling meer; maar een van de onzen, die door onze eigen maatschappelijke structuren misvormd ontspoord of ziek is. Hem wordt hulp
geboden in het belang van ons allen.
E e n h e r o p v o e d i n g s m o d e l
Aan alle nieuwe gedetineerden wordt eerst door andere gede- tineerden
een start-motivatie bijgebracht. Deze is slechts gericht op aanpassing en inburgering in de nieuwe sociale groep van lotgenoten en nieuwe levensomstandigheden. Daarna volgt een studie-fase en wordt hen door
"gevorderde" gedetineerden
langzaamaan inzicht bijgebracht in het ontstaan van hun egocentrische en antisociale mentaliteit en levenshou- ding, en veelal ook criminele persoonlijkheid. Echter ook inzicht in hun veelal negatieve mentale toestand die uit deze mentali- teit voortkomt, en waar zij zich nauwelijks bewust van zijn.
Het besef wordt hen bijgebracht, dat zij in wezen beschadigde mensen zijn, en hoe alle ellende in hun leven daaruit voortge- komen is, en er onvermijdelijk nog uit voort zal komen, zolang er niets wezenlijks
verandert. Vervolgens wordt hen bijgebracht op welke manier zij zelf vanuit hun eigen belang en eigen vrije keuze hun levensomstandig- heden, psychische toestand, persoonlijkheid en levenskwaliteit kunnen verbeteren.
Zij mogen hierbij gebruik maken van alle geschikte socio- en psychotherapien. Tevens wordt hen bijgebracht hoe zij op deze manier een nieuwe basis leggen voor een nieuwe toekomst met gegaran- deerd perspectief.
Al deze inzichten gaan langzaamaan de basis vormen van een nieuwe motivatie voor de gehele verdere heropvoeding. Na het behalen van studie- gedrags- en motivatiepunten pro- moveren de gemotiveerden in rang.
In die nieuwe rang behalen zij door het motiveren en begeleiden
van nieuwelingen naast studie- gedrags- en motivatiepunten ook nog onderwijspunten. Gevorderden geven zo hun nieuwe kennis, inzichten en ervaring dus steeds door aan hun achterhoede. Echter alleen datgene wat
zij zelf begrijpen, en wat zij in de praktijk van hun heropvoeding bevestigd hebben gezien kunnen zij op overtuigende wijze aan anderen overbrengen. Dit doorgeefsysteem van kennis en inzicht impliceert dan
ook een soort continue testmethode voor hun kennis ervaring en inzicht. Gevorderden krijgen na het behalen van vele punten en tests langzamerhand een steeds hogere rang en ook meer vrijheden, privileges en status,
zoals bijvoorbeeld die van groepsbege- leider, coordinator, ombudsman, afdelingshoofd, etc. Door hun wijze van functioneren en hun prestaties in die posi- ties versterken zij hun nieuwe "ex-criminele"
persoonlijkheid. Reeds na hun studiefase beginnen de gedetineerden al met de bewuste ontwikkeling van die nieuwe persoonlijkheid door het motiveren en heropvoeden van anderen. Hierdoor ontwikkelen zij bewust
een nieuwe persoonlijkheid die prosociaal en integer is, alsook gevoelens van sociaal en moreel gefundeerde eigen- waarde en verantwoordelijkheid. Door het heropvoeden van anderen ontwikkelen zij echter ook begrip,
spontaan en natuur- lijk menselijk respect, innerlijke discipline, moreel besef en een positieve betrokkenheid bij medemens en samenleving. Bovendien leveren zij zo ook daadwerkelijk een positieve bij- drage aan de
samenleving. Gedetineerden decriminaliseren zo zichzelf, door anderen te helpen zich te decriminaliseren. Zij leren bewust te leven vanuit een innerlijke oprechtheid, met nieuwe realistische normen en waarden,
gerelateerd aan gevoe- lens van menselijke verbondenheid en het besef dat iedere andere mens wezenlijk is als zijzelf. Dit besef en deze gevoelens van menselijke verbondenheid kun- nen alleen ontstaan in een geleide
heropvoedingssituatie, waar afhankelijkheid, openheid, kwetsbaarheid en intense menselijke contacten zijn. Alleen in zulk een situatie kan empathie en bewustheid van elkaars menselijkheid ontstaan, en hierdoor ook een
nieuw vertrouwen en menselijk respect. Op deze manier ontstaat een nieuw realistisch en positief zelf- beeld en medemens-beeld en een andere levenshouding. Verantwoordelijkheidsbesef voor het eigen handelen en
innerlijke discipline volgen eveneens hieruit. Ook wordt hen een maatschappelijk ordebesef en daarnaast ook een nieuwe zeer solide en realistische moraal en levensvisie bij- gebracht; gesteund en bevestigd door
inzichten en ervaringen uit de heropvoedingssituatie. ( zie www.universele-beschaving.nl ) Na verloop van tijd krijgen de gedetineerden langzamerhand steeds meer de vrijheid de
inrichting te verlaten (electronisch gevolgd). Zij kunnen zo sociale contacten onderhouden en een geschikte plaats in de samenleving gaan zoeken. Ontslagenen blijven ook nog een lange tijd in contact met de nog
gedetineerden. Dit echter chronologisch afbouwend. Zij continueren zo hun solidariteit met de nog gedetineerden en brengen verslag uit over hun vorderingen, tegenslagen en reacties tijdens hun her-integratieproces in de
samenleving. Hun nieuwe persoonlijkheid en gevoelens van eigenwaarde zijn immers voor een belangrijk deel nog gekoppeld aan de groep. Ook buiten de groep moeten zij leren deze te behouden en te sterken. De
achterhoede volgt en controleert dit proces en leert hier weer van. De gedetineerden worden opgeleid tot een hoger moreel besef dan de gemiddelde mens in
de samenleving. En de gedetineer- den weten dit ook, en hebben hieruit ook een overeenkomstig zelfbeeld gevormd. Hierdoor zullen zij na hun terugkeer in de samenleving ook een decriminaliserende invloed hebben op de
samenleving. En hier- mee kunnen zij ook een reputatie vestigen, waardoor zij hun gedecriminaliseerde persoonlijkheid nog meer versterken. Recidive zal dan ook een verraad betekenen aan alle andere
gedecriminaliseerden en gedetineerden, waar zij zich sterk mee verbonden voelen door hun langdurige intense manier van samen leven. Elke ex-gedetineerde heeft op deze manier door een recidive heel veel te
verliezen. In het laatste stadium van de heropvoeding mogen zij ook gratis opleidingen en studies gaan volgen ten einde goede kansen te
creeren op een baan en herintegratie in de samenleving. Ex-gedetineerden kunnen ook beroepsmatig ingezet worden voor de verdere begeleiding bij herintegratie van nieuw-ontslagenen. Ook kunnen zij in teams
beroepsmatig ingezet worden voor de begeleiding van randgroepjongeren, en eveneens op scholen. Niemand weet beter op welke manier je tot criminaliteit komt, en zij kunnen met jongeren spreken uit eigen ervaring.
Zulke teams kunnen daarnaast ook werken aan de heropvoeding en begeleiding van niet-gevaarlijke criminelen of ontspoorden in ongedetineerde "groeps-dagopleidingen". Daar de gedetineerden in belanrijke mate
zichzelf heropvoeden, zal dat heropvoedingssysteem niet zo veel duurder hoeven te worden dan het huidige systeem (per saldo echter veel goed- koper, zie berekening in "tot slot"). Gedetineerden leren dan gewoon wat
anders tijdens hun deten- tie dan nu. Nu leren ze elkaar de fijne kneepjes van het vak, en bevestigen en versterken elkaars criminele persoonlijkheid.
Bij heropvoeding wordt dat leren 180° omgekeerd. Zij werken dan aan een andere persoonlijkheid en aan hun eigen levenskwali- teit, vrijheid en toekomst, en aan die van hun medemensen. De gedetineerden vormen een
therapeutische samenleving waarin iedereen een huishoudelijke taak vervult bij onderhouds- werkzaamheden, koken, wassen, administratie enz. Voor controle, begeleiding en bestuur kunnen video-, afluister- apparatuur
en een onbekend aantal "undercovergedetineerden" worden ingezet; en de gedetineerden weten dit. Deze under- covers zullen veelal ex-gedetineerden zijn. Natuurlijk zal er ook een categorie moeilijk, en zeer
moeilijk her- opvoedbaren zijn. Deze mensen hebben wat meer tijd nodig, want het resultaat van een heropvoeding is mede afhankelijk van de duur ervan. Ook zullen er natuurlijk psychiatrische gevallen zijn die niet
vatbaar zijn voor heropvoeding en behan- deld moeten worden op medisch gebied of soms zelfs permanent buitengesloten. Met dit alternatief valt niets te verliezen; alleen te winnen. Recidive is bij het huidige
strafrecht immers normaal.
T o e l i c h t i n g
Een opvoedingsproces verschilt in essentie niet
van een leer- proces. Door onze opvoeding en ervaringen (die ook deel van die opvoeding zijn) hebben wij onze persoonlijkheid gevormd. Ons gehele leven is een continu opvoedings- en leerproces. Iemand van van veertig
heeft een andere persoonlijkheid en denkt niet meer hetzelfde als toen hij twintig was. Ook ons wereldbeeld en medemens-beeld komen net als de per- soonlijkheid waarin wij leven voort uit onze opvoeding,
levens- ervaring en levensomstandigheden. Bij een gezond mens kan daarom elk zelfbeeld, medemensbeeld of wereldbeeld altijd weer door nieuwe ervaringen, informatie en inzichten gecorrigeerd worden; ongeacht of men
nu zeventien of zeventig is. Het simpele en onloochenbare feit, dat ons gehele leven een continu opvoedings- en leerproces is, en het feit dat onze persoonlijkheid door ervaringen en inzichten vormbaar en
vervormbaar is, betekent per definitie dat iedere gezonde mens in beginsel ook heropvoedbaar is. De vraag is slechts volgens welke methoden, in welke tijdsduur en tegen welke kosten.
In de voorgestelde
heropvoedings-situatie leren gedetineerden hun vaak miserabele verleden te begrijpen, te verwerken en te aanvaarden als een integraal deel van hun leven. Ook leren zij het ontstaan van hun negatieve en/of criminele
zelfbeeld en samenlevingsvijandige persoonlijkheid en levens- houding te begrijpen, alsook die van de anderen. Gevorderden zullen ook regelmatig in confrontatie-situaties komen bij de heropvoeding van anderen.
Hierdoor gaan zij ook zelf het bewijs leveren van hun veranderend zelfbeeld, inzicht en prosociale mentaliteit. Alleen het kunstje van goed gedrag, of het reproduceren van theoretische kennis, of het begrijpen welk
antwoord of argument een therapeut wil horen, is dus niet voldoende. Gedetineerden leren van begin af aan te denken en handelen vanuit een innerlijke oprechtheid (oprechtheid ten opzichte van zichzelf); wie liegt
tegen zichzelf is een vijand van zichzelf. Innerlijke oprechtheid vormt de basis voor zelfkennis, zelfdisci- pline, integriteit en een realistisch solide zelfbeeld en levens- houding. Zij ontwikkelen in hun
alternatieve samenleving bewustheid van de sociale aard van het menszijn, van elkaars eigenwaarde- en verbondenheidsbehoefte en dat de andere mens wezenlijk is als zijzelf. Hieruit volgt empathie, vertrouwen, respect en
een er- varings-gebaseerd moreel besef. Vanuit innerlijke oprechtheid en een solide zelfbeeld leren zij ook te leven in verantwoordelijkheidsbewustheid voor het eigen handelen, en met de daarmee verbonden
gevoelens van eigen- waarde en zelfrespect, als volwaardige en volwassen mensen. Dit staat haaks op de hypocrite kruiperige dubbelmoraal van het zelfvernederende, kinderachtige, onverantwoordelijke en klein-
geestige authoriteits- en strafdenken. Bewust verantwoordelijk- heid nemen voor dat wat we in deze wereld (voor de andere mens) creeren impliceert een koppeling van mentale volwassen- heid en eigenwaardegevoelens aan
een realistisch moreel besef en levensvisie. Verbondenheidsgevoelens en respect uit het besef dat de andere mens wezenlijk is als zijzelf en bewustheid van de meest fundamentele menselijke waarden en maatschappelijk
ordebesef vormen voor hen een solide fundament voor een duurzame en realistische
moraal. ( zie www.universele-beschaving.nl ) Deze moraal staat geheel los van enige religie en kan daar ook niet strijdig mee
zijn. Net als een geloofsgebaseerde moraal is ook deze nauwelijks afhankelijk van omstandigheden of het gedrag van anderen. De paranoide, egoistische en antisociale levensvisie van een overlevingsstrijd maakt zo
plaats voor die van een verantwoor- delijkheidsbewuste, creatieve, realistische, waardevolle en posi- tieve betrokkenheid bij de samenleving. Dit betekent niet dat criminelen nu watjes zullen gaan worden, maar hun
persoonlijkheid en fundamentele levenshouding wordt anders. Mits er geen sprake is van ongeneeslijke ziekte, kan iemand van respectloze antisociale mentaliteit en irreele normen en opvat- tingen bevrijd, een nieuw
realistisch zelfbeeld, menselijkheids- besef, maatschappelijk ordebesef en beschaving bijgebracht worden en een nieuw leven beginnen. Doordat een gedetineerde nu niet meer tot een tijdsbepaalde straf veroordeeld
is, kan hij ook niet meer door een rechter op grond van een strafnorm voortijdig in vrijheid gesteld worden. Hij weet daarmee dat hij zijn vrijheid geheel zelf zal moeten creeren. Dit levert motivatie. Anderen,
die reeds wat bereikt hebben of dicht bij hun ontslag staan verleiden en stimuleren hem, en geven blijk van begrip; zij zijn immers vanuit dezelfde positie begonnen. Gedetineerden bepalen zo zelf in belangrijke mate de
duur van hun detentie; want die is zeer sterk afhanke- lijk van inzet en motivatie
Weinig realisme is nodig om te beseffen dat minimaal 90% van de
criminelen uit onze gevangenissen normaal recidiveert. Immers, wie met een antisociale mentaliteit daar binnen is gekomen, en er na nog wat extra opleiding weer uit komt, heeft weinig reden om daarna nog tot ander
gedrag over te gaan. Een belangrijke vraag wordt dan ook, hoeveel procent van de heropgevoeden er zal recidiveren. Zelfs wanneer aanvankelijk na een heropvoeding bijvoorbeeld nog zo'n 60% tot recidive
zou vervallen (denk aan oudere t.b.s-resultaten), is er meteen al een winst van ongeveer 30% ten opzichte van strafrecht, en betekent preventierecht reeds een duidelijke verbetering van ons leefklimaat. Het
recidivecijfer zal echter naar mate er meer ervaring en expertise is opgebouwd op den duur steeds lager kunnen worden. Zowel door nieuwe en verfijnde psycho-technische testmethoden, als door ervaring met specifieke
therapien.
O r d e o p z a k e n
Wanneer het gaat om rechtvaardigheid na een gepleegd misdrijf zijn er
fundamenteel drie partijen: de dader(s), de slachtof- fer(s), en de samenleving. Per definitie is de samenleving hier de belangrijkste partij. Zowel daders als slachtoffers zijn deel van haar. Zoals de
situatie nu is, worden voorspelbaar-recidiverende cri- minelen systematisch losgelaten op die samenleving. Zij hebben hun "verdiende" straf gehad; en nu moeten zij eerst weer gaan presteren om hun volgende
straf te "verdienen". Dit is ten opzichte van de samenleving en nieuwe slachtoffers een onaanvaardbaar onrecht. De justitiele overheid is nu met haar
"straf-verdiensysteem" aan dit onrecht medeplichtig; en de schijngenoegdoening die zij bij veroordelingen geeft aan slachtoffers en samenleving is daarom theatraal en hypocriet. Onrecht onder de pretentie van
recht. Criminelen en hun opvoeders zijn direct of indirect slachtoffers van de cultuur van de samenleving, die hun opvoeding en levensomstandigheden bepaalde. Zoals "economische heilstaats- cultuur",
carriere- en tweeverdiener-cultuur, egocentrische en egoistische materialisme- cultuur, echtscheidings- cultuur, gewelds- en respectloosheids- programmering via media, discriminatie, onderontwikkeling, gettovorming, enz.
Gevangenisstraf voor criminelen is daarom in wezen een straf voor de fouten van anderen. Ook hier weer onrecht onder pretentie van recht. Op grond van deze, en de eerder genoemde argumenten heeft strafrecht met
"recht" niets te maken; en is het in geen enkel opzicht en voor niemand rechtvaardig. Het is onrecht voor alle drie de partijen; daders, slachtoffers en samenleving.
Op grond van die cultuur-
en dus ook opvoedings-verantwoor- delijkheid dient de samenleving ook zorg te dragen voor de heropvoeding van criminelen; en eveneens voor schadeloos- stelling van slachtoffers, indien mogelijk. Alleen zo komt er
orde op zaken, en kan criminaliteit terugge- drongen worden. Dan is er maximale rechtvaardigheid voor alle drie de partijen; de samenleving krijgt dan haar veiligheid, de criminele "cultuur-
slachtoffers" herkansing, en de criminaliteitsslachtoffers schadevergoeding. Bij een onherstelbaar verlies is schadeloosstelling natuurlijk niet mogelijk. Maar voor zover het gaat om materiele verliezen kan de
verantwoordelijke samenleving de kosten tot een zeker maximum vergoeden. Daarboven kan men zich nog extra ver- zekeren. Het schrijnend onrecht van detentieschade voor zowel gedeti- neerden als hun onschuldige gezin
wordt bij heropvoeding ge- minimaliseerd door de frequente (electronisch gevolgde) tijde- lijke vrijlatingen. En wie eventueel nog door gerechtelijke dwaling ten onrechte tot een uitsluiting veroordeeld is, zal
tamelijk snel weer op vrije voeten kunnen zijn, en heeft hierdoor ook een minder bescha- digd rechtsgevoel dan bij een "onverdiende" straf. Hij wordt immers niet schuldig bevonden. Ons huidige rechtsgevoel is
gebaseerd op een schuldprincipe met een heiligverklaarde geconditioneerde "betaal"-logica. Deze nog gesteund door een boze, tot norm verheven en eveneens heiligverklaarde wraakreflex. "Iemand zijn verdiende loon
geven", of iemand moet "betalen" voor zijn wandaden. Per definitie mag niemand wegkomen zonder afrekening. Alleen dan is het recht- vaardig. Maar heropvoeding zonder straf . . . . . . ? Voor
geestelijk ge- handicapten zijn we wel aardig; die mensen kunnen er immers niets aan doen dat ze zo zijn . . . . . .
In een zeker stadium van de heropvoeding zullen de gedetineer- den ook inzicht krijgen in de
vaak onherstelbare schade die zij anderen toegebracht hebben. En bij een werkelijk geslaagde heropvoeding is er op een zeker moment ook oprechte spijt ontstaan ten opzichte van die slachtoffers. Oprechte spijt
van een dader kan voor een slachtoffer van zeer grote waarde zijn. Door de uitleg, inkeer en oprechte fout- erkenning van de dader kunnen slachtoffers dan ervaren wat "recht" is . . . . . . . Hun
begrijpen van de oorzaak van hun verlies wordt verdiept; en totale aanvaarding, verwerking en zelfs vergeving wordt dan mogelijk. Welk een enorm contrast met die theatrale schijn- genoegdoening van
strafrecht. Strafrecht heeft geen enkele wetenschappelijk gefundeerde basis en is een primitief overblijfsel uit de middeleeuwen en lang vervlogen tijden. De middeleeuwse kledij van onze rechters en advocaten
herinnert daar nog aan. Haar enige basis is onze fascistoide straf-conditionering.
E e n v e r n i e u w d e r e c h t s o r d e
Vervanging van strafrecht door preventierecht betekent een anders gefundeerde rechtsorde. Het fictieve en niet-werkende, respectloze,
antisociale en vernederende afschrikkingsprincipe is hier definitief losgelaten; evenals het irreele en immorele betaal- en wraakprincipe. Uitsluiting uit de samenleving wordt slechts waar nodig en zo veel mogelijk
genuanceerd toegepast, echter nu nog slechts voor veiligheid. Het heropvoedingsrecht humaniseert en effec- tueert deze gang van zaken. Zo ontstaat een rechtsorde die fundamenteel niet destructief is maar creatief.
Die niet gericht is op bestrijding van de zieke, beschadigde of ontspoorde mens, maar op het creeren van een acceptabele, gezonde, intelligente en beschaafde mens. Geen symptoombestrijding meer, maar werken aan de
oorzaak van het symptoom met begrip van wat er aan de hand is. Een vernieuwde rechtsorde ontstaat zo, die in de diepte ver- ankerd is in hetzelfde grondprincipe als waar de democratie uit voortgekomen is en nog uit
voortbestaat: Respect, uit gevoe- lens van menselijke verbondenheid en het besef dat de andere mens wezenlijk is als wijzelf. ( zie ook universele-beschaving.nl
) De bedoeling en methoden van een dergelijk rechtssysteem zijn
zowel integer als realistisch. Een dergelijke rechtsorde stimuleert harmonie en een werke- lijke orde in de samenleving, temeer omdat zij rechtvaardig is voor alle betrokken partijen. De rechtsorde wordt dan
een werkelijk integraal deel van de maatschappelijke orde. De rechterlijke macht is daar niet meer onze vijand die ons met straf bedreigt als we fouten maken, maar meer een vriend die in geval van problemen een
helpende hand toereikt in het belang van ons allen. Een rechter hoeft daar niet meer te oordelen vanuit veront- waardiging (imaginaire boosheid, wraak) of "genoegdoening" voor nabestaanden, maar doet dit
vanuit integriteit, realisme, intelligentie, begrip en menselijk respect. Wraak en weerwraak worden dan niet voorkomen door gerech- telijke wraak, maar door het bijbrengen van inzicht en begrip van de oorzaak van een
onherstelbaar verlies; de enige reele manier om een dergelijk verlies te kunnen verwerken en aan- vaarden. De invloed van preventierecht op de samenleving kan enorm zijn door een nieuw preventief normversterkend
effect. Veroordelingen tot heropvoeding vestigen de aandacht van ouders en opvoeders van kinderen op de ontwikkeling van hun kinderen. Er ontstaat zo meer "opvoedings-verantwoordelijk-
heids-bewustheid", alsook bewustwording van onze eigen ver- antwoordelijkheid voor de kwaliteit van de samenleving. Tevens ontstaat hieruit zowel het moreel besef als de norm dat zowel het fysieke als het
mentale welzijn van iedere medemens uiteindelijk in ons aller belang is. Het realistische "educatiedenken" kan langzamerhand het agressieve en fascistoide "sanctiedenken" vervangen op alle
terreinen in de samenleving en vormt zo een enorm tegenwicht tegen de sluipend toenemende criminalisering, verloedering, egoisme, verharding, stress, en verruwing van de samenleving. Preventierecht creeert door
haar normbepalend effect een positieve mentaliteitsverandering naar begrip, respect en menselijkheidsbesef en daardoor een natuurlijke ontspannen leefbaarheid.
Wanneer er een norm fundamenteel is in een
samenleving, dan is dat wel die van het menselijk respect; want zonder deze kan er geen sprake zijn van een samen-"leving". Normen en wetten zijn in die preventierechtsorde niet gekoppeld aan straf, maar aan inzicht
in hun oorzaak. Geen "mag dat of niet", maar: "kan dat of kan dat niet". Leven in besef van de gevolgen van ons handelen voor anderen; leven met de norm van respect en maatschappelijk ordebesef
en onze verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de samenleving. Dus leven vanuit onze mentale volwassenheid en eigen verantwoording durven dragen. Normen, waarden en wetten zijn in de eerste plaats het gevolg van
onze intelligentie en moreel besef; niet de oorzaak. Zij vormen slechts een leiddraad voor gevallen van twijfel. Wij kunnen niet alleen leven vanuit wetten en regels; ons moreel besef is fundamenteel. Door
uitsluitend te leven volgens regels en wetten onttrekken we ons aan onze eigen individuele verantwoordelijkheid. Wetten zijn immers nooit compleet. "Sociaal darwinisme" is in strijd met het grondprincipe
van een democratische samenleving. Het is ik (door spelregels geremd), in een overlevingsstrijd tegen de samenleving. Fundamenteel egoistisch, egocentrisch en samenlevings-vijandig en in wezen crimineel
dus. ( zie ook universele-beschaving.nl
) De wetten van de jungle toepassen op een menselijke samen-
leving bevat de ontkenning van beschaving en intelligentie. Leven vanuit een overlevingsmentaliteit betekent egoisme, egocentrisme, onverdraagzaamheid, intolerantie, criminaliteit en uiteindelijk politiestaat en
fascisme. Een strafrechtsorde is in beginsel fascistisch, of niet realistisch; want zij werkt slechts bij hoge pak-kans. Dus fundamenteel veel politie, veel controle, veel verboden en veel regels. Een
preventierechtsorde is in beginsel humaan, sociaal en pragmatisch en past in een democratie met veel rechten en vrijheden en weinig regels. Zij stimuleert en appelleert aan het moreel besef, dat in 99% van
de mensen (min of meer) aanwezig is. Een strafrechtsorde creeert een kruiperige antisociale mentali- teit; waar weinig pakkans is kan ik egoistisch en antisociaal zijn. En het repressieve daagt jongeren uit tot het
zoeken naar con- frontatie en avontuur. Bezien vanuit het fascistoide strafrecht lijkt een preventie- rechtsorde mischien wat "soft"; echter objectief gezien is zij realistisch en pragmatisch, en soms zelfs
hard; en is er sprake van een reele orde. Een strafrechtsorde is fictief; in werkelijkheid steunt zij niet op het strafsysteem, maar op het moreel besef van de samen- leving. In een
preventierechtsorde zullen we als slachtoffer van een misdrijf bewuster en realistischer moeten leren omgaan met onze gevoelens van wraak, boosheid en frustratie. Het besef van onze neiging tot demonisering en
agressie in zulk een toe- stand is hierbij van fundamenteel belang. Echter niet alleen als slachtoffer van een misdrijf zullen we dan bewuster omgaan met deze gevoelens, ook in ieders dagelijks leven kan dat van
grote waarde zijn.
S t r a f- c o n d i t i o n e r i n g
Straf, zoals wij kinderen
straffen, is in wezen een primitieve gewelddadige en repressieve leermethode waarmee vrijwel iedereen (min of meer) geconditioneerd is. Deze leermethode kan echter zeer schadelijk zijn omdat straffen een schuld-
minderwaardigheids- en agressieprogrammering betekent van het gestrafte kind. Tevens creeert het vernede- rings- en afkeuringsangst en repressief of overheersingsgedrag op latere leeftijd. Bovendien kan de vijandigheid
van het straf- fen vernietigend werken op gevoelens van verbondenheid en vertrouwen. Zoals reeds beschreven kan hier sterk egocentrisme en uitein- delijk ook (ernstige) criminaliteit uit ontstaan. Een redelijk
gesprek waarin een kind in zijn waarde wordt gela- ten en gewezen wordt op de oorzaak en het gevolg van zijn gedrag vormt een opbouwende en onschadelijke leermethode. Gecombineerd met afkeuring van dat gedrag en het
op natuur- lijke wijze tonen van oprechte teleurstelling of mischien droef- heid, werkt dat veel minder storend op de verbondenheidsrelatie opvoeder - kind. Het kind wil deze relatie dan zelf herstellen door het juiste
gedrag. De vraag rijst of we straffen uit onvermogen onze kinderen har- monisch op te voeden of misschien door tijdsgebrek of gemak- zucht of omdat we simpelweg zelf zo geconditioneerd zijn. Straf voor kinderen
is de belangrijkste vorm van sanctie- gezags- en hypocrisie-programmering. De repressie kan samen met de beschadigde verbondenheidsgevoelens een kruiperige mentaliteit creeren en ongeoorloofd gedrag wanneer gezag niet
aanwezig is. Hieruit komen ruggegraatloze mensen voort met een dubbel- moraal. Vaak ontdekken kinderen dat degene die straft zelf ook dit hypocriete gedrag vertoont. Deze geconditioneerde dubbelmo- raal wordt dan
ook nog tot norm en voor velen de oorzaak van ontsporingscriminaliteit. Hoe minder gezag, controle of pakkans, hoe groter de kans op ontsporing. Natuurlijk en realistisch individueel verantwoordelijkheidsbesef voor
de gevolgen van het eigen handelen wordt dan niet ont- wikkeld. In plaats daarvan creeert het een laffe egoistische en kleinzielige mentaliteit, gebaseerd op gezagsvrees. Straffen betekent wel een gemakkelijke
leermethode voor de "leraar"; die hoeft dan niet na te denken. Met inzicht en intelli- gentie heeft straf over het algemeen niet zo veel te maken. Al met al bezien is straf uiteindelijk niets anders dan een res-
pectloze primitieve contraproductieve en veelal schadelijke leermethode. Een leermethode die niet past in een werkelijk beschaafde samenleving; want respect is de meest fundamentele norm voor elke samenleving.
En zoals gezegd is zij ook het meest reele fundament van een democratische samenleving. Respect zou de basis moeten zijn van elke educatie, waardoor deze ook veel beter verloopt. Het ervaren van respect is ook een
voorwaarde om te kunnen leren respectvol te zijn. De reden waarom we ons een samenleving zonder strafrecht nauwelijks kunnen voorstellen is onze straf- demoniserings- en wraak-conditionering. We zijn zo met straf,
demonisering van criminelen en wraak ingeprogrammeerd, dat we in dit opzicht nauwelijks meer realistisch, objectief en logisch kunnen denken. In ons macho- en imponeergedrag is er zelfs vaak verering van deze primitieve
boosheidsreactie in ontoerekeningsvatbare gestoorde toestand. Preventierecht vraagt om een enorm realisme, en om bereidheid tot een zekere mentaliteitsverandering. Mischien een moeilijke, maar zeer zinvolle en
ook historische stap.
Jeugdcriminaliteit
Een redelijke voorlopige oplossing voor
ontspoorde jongeren vormen de milde alternatieve taakstraffen. Jongeren worden zo door hun opgelegde taak in de samenleving niet onmiddellijk het criminaliserende detentiecircuit ingeduwd. Deze jongeren hebben vaak
nog geen criminele persoonlijkheid ontwikkeld, en ontlenen dan ook nog geen gevoelens van eigenwaarde aan een crimineel millieu. Hierdoor kunnen zij nog gevoelig zijn voor bijsturing door ouders of opvoeders. Zeer
belangrijk is daarom, dat ook de ouders wakkergeschud worden door de taakstraf. Door hun geschrokkenheid en zorgen geven de ouders blijk van gevoelens van verbondenheid en de ontspoorde jongere krijgt dan ook extra
aandacht. Dat kan hem het gevoel geven weer bij hen te horen. Hierdoor wil hij ook door hen gewaardeerd worden, en kan zijn houding veranderen. De "straf" van de rechter heeft zo dan een katalytische,
relatie- herstellende functie tussen ouders en jongere. Doordat een taakstraf over een zekere periode gaat, worden de ouders ook over deze periode met de straf geconfronteerd. Hierdoor wordt langduriger hun aandacht
en inzet gevraagd voor de verdere ontwikkeling van hun kind, dan bijvoorbeeld bij een boete die snel betaald kan zijn en vergeten. Fundamenteel bij ditalles is echter wel dat er een goede vertrouwensrelatie is. Bij
jeugdcriminaliteit zou het echter beter, realistischer en overtuigender zijn, wanneer via de rechter ex-criminelen deze jongeren en ouders een poosje zouden begeleiden (als voogd). Dit dan in plaats van een straf.
Voor recidiverende jongeren, volwassen criminelen en ontspoor- de volwassenen is een heropvoeding echter de enige reele oplossing. Een taakstraf verandert immers niets aan de fundamentele oorzaken van iemands
criminele gedrag. En een ge(taak)strafte is ook een gewaarschuwd man; doe het een volgende keer wat slimmer, en zorg ervoor dat je niet weer gepakt wordt (voor de statistieken recidiveer je dan ook niet meer).
Heropvoeding herinnert mogelijk aan het experiment van ex- premier Lubbers, gebaseerd op het bijbrengen van discipline. Gedwongen discipline werkt echter alleen zolang die dwang aanwezig is. De oppervlakkige
programmerende werking ervan op de persoonlijkheid kan door benarde of verleidelijke nieuwe levensomstandigheden snel weer verloren gaan. Het accent in het beschreven ontwerp ligt vooral op het ont- wikkelen van
onderling begrip en menselijkheidsbesef. Alleen hierdoor ontstaan authentiek menselijk respect, een integere persoonlijkheid, gevoelens van individuele groepsverbondenheid en moreel besef. Hieruit komt ook
verantwoordelijkheidsbesef voort. Zowel voor het eigen handelen ten aanzien van anderen als voor de kwali- teit van de samenleving. Gevoelens van eigenwaarde en zelf- respect komen hier weer uit voort, die die
persoonlijkheid ver- duurzamen. Het gevolg is een duurzame diep gewortelde innerlijke discipline, die van geen enkele dwang afhankelijk is.
O v e r " g e c i v i l i s e e r d s t r a f r e c h t "
Geciviliseerd strafrecht bedoelt met "straf" alle aangerichte schade
weer goed te maken, door middel van opbrengst uit (dwang)arbeid. Het geeft echter aan rechtvaardigheid voor slachtoffers priori- teit boven rechtvaardigheid voor de samenleving, want het mist evenals het gangbare
strafrecht de reele intentie om op doel- gerichte en effectieve manier het verschijnsel criminaliteit te bestrijden. Strafrecht werkt immers niet. Dat betekent onrechtvaardigheid voor de samenleving, want die heeft
behoefte en recht op veiligheid ten aanzien van crimi- naliteit. Veiligheid is een van de meest elementaire menselijke behoef- ten; en wanneer die gefrustreerd wordt, reageert de mens met een boosaardige,
egocentrische, egoistische en vijandige levenshouding, met als gevolg een steeds verdere verloedering van de samenleving. Alleen politiestaat en fascisme kunnen dan het eindproduct worden. Een
geciviliseerd-strafrechtelijk grondprincipe, zowel daders als slachtoffers voor "vol" aan te zien, is een van de meest fundamentele fouten die men in de rechtspleging maar maken kan. Slachtoffers
zullen veelal na een misdrijf in een wraakzuchtige toestand zijn en kunnen dan al gauw hun schade overdrijven. Daders verkeren in een toestand als beschreven en zijn edu- catief beschadigd of ziek en kunnen daarom
in redelijkheid ook niet verantwoordelijk gesteld worden. Geciviliseerd strafrecht is daarom voor daders onrechtvaardig, onmenselijk en fascistoide. Het is echter wel gedecoreerd met fijngevoelige psychologische
zienswijzen ten aanzien van het leed van slachtoffers. Daders zijn evenwel uiteindelijk nog zieliger dan slachtoffers; zij zijn zelf slachtoffers en hun leven is ellendig en uitzichtsloos. In een democratie
impliceert (geciviliseerd) strafrecht een laffe houding van een samenleving die geen verantwoordelijkheid wil aanvaarden voor de schadelijke gevolgen van de cultuur die zijzelf gecreeerd heeft. Het is hier de
dader die moet "betalen" voor zijn vroegere misvormende levensomstandigheden. Wanneer criminelen tewerkgesteld worden in de samenleving zal hun criminele mentaliteit, persoonlijkheid en "vakmanschap" snel andere
opvoedings-beschadigden of -gebrekkigen meesleuren. Electronisch gecontroleerde tewerkstelling binnen de samen- leving is daarom niet mogelijk. Geciviliseerd strafrecht verandert niets in positieve zin aan de
persoonlijkheid van criminelen; niets aan hun moraal, en niets aan hun levenshouding of levensvisie. Het bevestigt deze alleen maar en geeft hen nog extra bijscholing. Evenals het traditio- nele strafrecht werkt het
criminaliserend voor hen. Ook net als bij het gewone strafrecht wordt een dader na zijn straf gewoon weer op de samenleving losgelaten. Naast het onrecht voor de daders betekent geciviliseerd strafrecht daarom ook
onrecht voor zowel slachtoffers als samenleving.
T o t s l o t
Het veiligheids- en
educatiebeginsel van preventierecht is ge- baseerd op rechtvaardigheid, realisme, menselijke verbonden- heid en respect. Deze basis is een voorwaarde voor beschaving en diep verbonden met het begrip democratie. Het
sanctiebeginsel van strafrecht is gebaseerd op boosheid en drogredenen, en is primitief, repressief, rancuneus, criminali- serend, respectloos en fascistoide. Voor het toepassen van strafrecht bestaat geen enkel
weten- schappelijk of rationeel verdedigbaar argument. En daarmee is, hoe cru het ook moge klinken, elke overheid die het nog toepast (zij het met de beste bedoelingen) in wezen misdadig, fascisto- ide en
samenlevingsvijandig. Onze gewenning, en het feit dat alle overheden in de wereld strafrecht nog toepassen doet daar niets aan af. Zij is een primitief overblijfsel uit middeleeuwen en lang vervlogen tijden.
Strafrecht is aantoonbaar onrecht; en preventierecht is dat niet. Wanneer een heropgevoede tot recidive vervalt, geeft dat slechts aan dat er een fout gemaakt is in het heropvoedings- of vrijlatingsbeleid. De recidive
van elke gestrafte is echter voor- spelbaar onrecht. Door de preventieve maatregelen die de overheid neemt op gebied van opvoedingseducatie in achterstandswijken geeft zij blijk van het besef dat criminelen
opvoedingsslachtoffers zijn. Op grond van dit inzicht kan zij niet langer straf(on)recht toe- passen op deze beschadigde en ontspoorde mensen. Onze regering maakte een grote fout met haar beslissing voor meer
geld voor de bouw van cellen, in plaats van investering in heropvoeding voor criminelen. Symptoombestrijding in plaats van iets doen aan de oorzaak. Totale kosten van criminaliteit in Nederland per jaar: ongeveer
E 20. 000.000.000,-- en een hoop onbetaalbaar menselijk leed.
Sinds geruime tijd wil de reclassering niet meer werken met ongemotiveerden. Hieruit blijkt dat zij met haar bestaande werkwijzen criminelen
niet, of moeilijk kan motiveren. Er moet dan een gebrek zijn aan inzicht, kennis, creativiteit of mogelijk- heden op gebied van psychologie, sociologie, of juridisch. In het heropvoedingssysteem als voorgesteld
stimuleren en motiveren gedetineerden elkaar zelf; dit in zowel eigen als gemeenschappelijk belang. Er is niemand die hen dwingt, maar zij worden voortdurend door gepromoveerde lotgenoten gehol- pen en
gemotiveerd. Hogere rangen hebben immers meer vrij- heden, en staan ook dichter bij hun ontslag. Het bewijs dat resocialisering op zich een haalbare zaak is, is door de reclassering reeds lang geleverd. Het gaat nog
slechts om de manier waarop, en de betaalbaarheid ervan.
Alleen een algehele herziening van strafrecht, reclassering en gevangeniswezen kan definitieve verandering brengen in de situatie, echter ook een langzame
overgangsregeling binnen het kader van het nog bestaande strafrecht is zeer goed mogelijk. In bestaande gevangenissen kan voor alle geschikte gevang- enen een aanvankelijk schriftelijke, en uiteraard vrijwillige
cursus ingevoerd worden, met uitzicht op gegarandeerde straf- bekorting. Bijvoorbeeld minimaal 10%, en afhankelijk van behaalde resul- taten mogelijk nog veel meer (geintegreerd in de bestaande "goed
gedrag"-regeling). Deze gevangenen moeten dan in eerste instantie wel zo veel mogelijk gesepareerd worden van de niet-cursisten. Na enige studie gaan zij andere en nieuwe straf-veroordeelden verleiden en
motiveren tot vrijwillige heropvoeding als beschre- ven en behalen onderwijs- en gedragspunten, enz. Zij kunnen hierbij begeleid worden door geschikte ex-tbs.ers die een aanvullende cursus gevolgd hebben, en/of
andere hier- voor opgeleiden. Dit alles via bijvoorbeeld een "(nieuw-)tbs"-regeling. Indien er nog niet voldoende wettelijke mogelijkheden bestaan voor "straf"bekorting zou de koningin om gratie
gevraagd kunnen worden. Alle nieuwe criminelen worden nu alleen nog veroordeeld tot een (nieuw)-tbs in het beschreven heropvoedingssysteem. Minder (vlucht)gevaarlijken tot een "dag - tbs" (van bijvoor-
beeld 08.00 tot 20.00) chronologisch versoepelend. Voor de veiligheid echter gecombineerd met "electronisch arest" of volg- systeem; maar niet als straf. Ook hiervoor kunnen geschikte ex -tbs.ers na een
aanvullende cursus ingezet worden. Dit alles kan gerealiseerd worden binnen het kader van het nog bestaande strafrecht. Aanpassingen op rechtskundig gebied kosten natuurlijk wat meer tijd, maar zijn ook urgent.
Zoals wettelijke veroordelings- normen, gradaties en grenzen. Ook bijvoorbeeld de aansluiting van preventierecht op civiel recht etc. Het voorgestelde heropvoedingssysteem hoeft in tegenstelling tot de bestaande tbs
niet veel duurder te worden dan de huidige gevangenisstraf. De gedetineerden doen het meeste werk immers zelf. Zelfs kun- nen zij in hun laatste fase sommige bewakingsfuncties ver- vullen. Afhankelijk van het soort
inrichting zijn veelal alleen voor controle en begeleiding een aantal specialisten nodig.
Wanneer we nu jaarlijks zo'n E 20. 000.000.000,-- uitgeven aan +
200.000 criminelen, dan kosten zij per persoon per jaar zo'n E 100.000,-- . Over een actieve periode van zo'n 30 jaar is dat ongeveer E 3. 000.000,-- per persoon.
Zelfs wanneer we dus zo'n E 1. 000.000,-- per heropvoeding zouden uitgeven, hebben we nog een winst van E 2.000.000,-- per gedetineerde . . . . . . De gemiddelde detentiekosten per
gedetineerde in nederland waren in 2003 ongeveer E 120,-- per dag. = E 44.000,-- per jaar. Voor een gemiddelde heropvoeding van bijvoorbeeld zo 'n
3 jaar, en met nog wat extra kosten zou je dan uitkomen op ongeveer E 150.000,-- per heropvoeding . . . . . En meerdere gedetineerden in een cel heeft een gunstig effect op de heropvoeding en maakt ditalles
nog veel goedkoper en effectiever . . . . . Met de invoering van een preventierecht valt dus niets te ver- liezen, alleen te winnen. Zowel economisch, als op gebied van recht, rechtsorde en beschaving. Nederland
zou zo het meest efficiente, meest geavanceerde, meest humane, en het meest beschaafde rechtssysteem ter wereld kunnen hebben. Geen slechte reputatie. Het woord rechtstaat zou dan ook een nieuwe en diepere be-
tekenis kunnen krijgen: "Een staat waarin iedere mens geres- pecteerd wordt, en daarom rechten heeft".
Dit alles in plaats van een vernederend, effectloos, inhumaan en criminaliserend strafrecht met
steeds meer regels, verboden, controle, repressie, fascistoide overlevingsmentaliteit en be- veiligings-paranoia. Sluipenderwijs ontstaat hieruit een steeds hardere, en een steeds meer onnatuurlijk gefragmenteerde
samenleving van egocentrische, wantrouwige en paranoide mensen. Sociaal darwinisme; ieder voor zich vanuit zijn eigen beveiligde vesting. Niet slechts een tweedeling dus, maar ook diezelfde antisociale
overlevingsmentaliteit tussen de "veiligen" onderling. Strafrecht betekent in principe repressie en overheersing en vraagt uiteindelijk om een politiestaat; en langs deze weg ook nog om een dictatuur.
Samen met alle andere sanctievormen vormt het een kankerge- zwel in een ontwikkelde en beschaafde samenleving. Preventierecht betekent door haar educatief beginsel op den duur ook een respectvoller en meer
gedisciplineerd politiegedrag en het politieapparaat zal door het decriminaliserend effect op den duur ook steeds kleiner kunnen worden. Hierdoor betekent preventierecht dus ook nog een zekere preventie tegen
politie- staat en dictatuur. Met de invoering van een preventierecht komt er ook een einde aan de fascistoide demonisering van educatief bechadigde en ontspoorde mensen. En hierdoor zal dan ook de roep om de
doodstraf spoedig verstommen. De roep om doodstraf is slechts gebaseerd op angst, demonisering en gebrek aan moreel besef; alsook op primitieve betalings- en wraak-conditionering. Aan genoemde culturele
ontstaansoorzaken van criminaliteit in de samenleving zal natuurlijk ook nog veel moeten veranderen. Echter reeds door de educatieve en decriminaliserende werking kan er door preventierecht een meer ontspannen
maatschappij ontstaan van mensen die minder agressief, respectvoller, ver- draagzamer, loyaler en vriendeijker met elkaar omgaan. De levenskwaliteit van ieder lid van de samenleving verbetert hierdoor en er kan een
sfeer ontstaan van bevrijding, veiligheid en ontspanning. Er ontstaat dan ook meer vertrouwen, verbon- denheid en thuisgevoel in de samenleving, waar iedere mens op een ontspannen manier zichzelf kan zijn. In
sommige kleine eenvoudige gemeenschappen is dit alles reeds van oudsher het geval, en een natuurlijk gegeven. Zelfs wanneer het preventierechtssysteem in het begin even- tueel nog veel te wensen overlaat is er nog
winst. Er wordt immers recht gedaan aan alle partijen en recidive is bij het huidige strafrecht toch al de norm.
O.Hilrich
Een andere interessante site op gebied van samenleving:
www.universele-beschaving.nl |